Theorieën van hoogbegaafdheid


Er bestaan vele verschillende theorieën over hoogbegaafdheid. Tegenwoordig is men het er wel over eens dat hoogbegaafdheid meer inhoudt dan het hebben van een hoog IQ. Hoogbegaafde kinderen kenmerken zich door een hoger bewustzijn, een creatieve manier van denken en een intense manier van beleven. Onderstaande theorieën sluiten het beste aan bij mijn visie.

Model van Tessa Kieboom
Prof. Dr. Tessa Kieboom, directeur van Exentra expertisecentrum rondom hoogbegaafdheid in Vlaanderen, vat de eigenschappen van hoogbegaafde kinderen treffend samen in een cognitief luik en een zijnsluik. De genoemde kenmerken zie ik als typerend voor hoogbegaafde kinderen en ik werk dan ook graag met dit model.

Het Delphi-model
Een groep van twintig Nederlandse experts op het gebied van hoogbegaafdheid, zelf eveneens hoogbegaafd, kwamen in 2007 tot de volgende kenschets: ‘Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren.’


Definitie van Roeper
Annemarie Roeper, oprichter van de Amerikaanse Roeper school, beschreef in 2000 hoogbegaafdheid als volgt: ‘Hoogbegaafdheid is een hoger niveau van bewustzijn, een grotere sensitiviteit en een groter vermogen om waarnemingen te begrijpen en om te zetten naar intellectuele en emotionele ervaringen.’

Positieve Desintegratie Theorie van Dabrowski
Kazimierz Dabrowski, een Poolse psychiater, psycholoog, neuroloog en filosoof, ontwikkelde in 1966 een algemene persoonlijkheidstheorie. Deze theorie gaat uit van een persoonlijkheidsontwikkeling opgebouwd in niveaus. Bij het laagste niveau staat het individu zelf centraal en het vervullen van persoonlijke behoeften en wensen. Bij de hogere niveaus spelen moreel besef, levensbeschouwing en spiritualiteit steeds meer een rol. De hogere niveaus worden bereikt door een relatief kleine groep mensen, die zich kenmerkt door een sterke innerlijke kracht om zich te ontwikkelen, en hooggevoeligheid op lichamelijk, zintuiglijk, intellectueel, beeldend en/of emotioneel gebied. Dabrowski noemt emotie de motor van de ontwikkeling: het groeien naar een hoger niveau gaat samen met periodes van innerlijke conflicten. Bij hoogbegaafde en -gevoelige personen komen deze perioden eerder en intenser.